
08/07/2026
Wetsontwerp tot versterking van het VAPZ
In uitvoering van het regeerakkoord heeft de federale regering een nieuwe stap gezet in de versterking van de tweede pensioenpijler voor zelfstandigen. Ze heeft hiertoe meer bepaald op 15 juni een wetsontwerp tot wijziging van de programmawet (I) van 24 december 2002 ingediend. Het ontwerp beoogt het VAPZ-stelsel te versterken door enerzijds het maximum te verhogen en anderzijds meer zelfstandigen de mogelijkheid te bieden om op een eenvoudige en fiscaal ondersteunde manier aanvullende pensioenrechten op te bouwen.
Het wetsontwerp
Het wetsontwerp voorziet in drie concrete aanpassingen aan het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen, het VAPZ.
1. Verruiming van de toegang voor zelfstandigen in bijberoep
Voortaan zullen ook zelfstandigen in bijberoep toegang krijgen tot het VAPZ, voor zover zij sociale bijdragen verschuldigd zijn op een jaarlijks beroepsinkomen van minstens 1.922,16 euro (drempelbedrag voor 2026).
Dit is een belangrijke versoepeling. Tot nu toe was de toegang voor zelfstandigen in bijberoep beperkter en gekoppeld aan voorwaarden die in de praktijk slechts door een kleinere groep werden vervuld. Het wetsontwerp wil die toegang beter afstemmen op de werkelijke loopbaantrajecten van zelfstandigen.
2. Verhoging van de maximale VAPZ-bijdrage
Het maximumbijdragepercentage voor het klassieke VAPZ wordt verhoogd van 8,17% naar 8,50%. Omdat het sociale VAPZ wettelijk 15% hoger ligt dan het klassieke VAPZ, stijgt het maximumbijdragepercentage voor het sociale VAPZ automatisch van 9,40% naar 9,78%.
Voor zelfstandigen betekent dit dat zij, binnen de wettelijke grenzen, een hogere bijdrage kunnen storten voor hun aanvullend pensioen. Dit kan bijdragen tot een sterkere pensioenopbouw binnen de tweede pijler.
3. Verduidelijking van de minimumbijdrage
Het wetsontwerp verduidelijkt ook dat wanneer de toepassing van het maximumpercentage leidt tot een bijdrage die lager ligt dan het wettelijke minimum, het minimumbedrag toch van toepassing blijft. De minimumbijdrage voor het VAPZ bedraagt dus 100 euro per jaar, ongeacht het inkomen.
Met deze verduidelijking wordt een interpretatieprobleem weggewerkt dat in de praktijk reeds langer werd gesignaleerd.
Inwerkingtreding en regularisatie voor 2026
Wat de inwerkingtreding betreft, werd na het advies van de Raad van State voorzien dat de wet in werking treedt op de dag van haar bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Er wordt bovendien een regularisatiemogelijkheid voorzien om rekening te houden met VAPZ-bijdragen die in 2026 reeds werden betaald.
Zelfstandigen die in 2026 al VAPZ-betalingen hebben verricht, zullen dus daardoor vanaf de datum van inwerkingtreding aanvullende betalingen kunnen doen binnen de nieuwe, verhoogde bijdragegrenzen. Op die manier kunnen zij ook voor 2026 reeds voordeel halen uit de hogere bijdragepercentages.
Aandachtspunt voor pensioeninstellingen
Het wetsontwerp zal de komende dagen verder worden behandeld in tweede lezing in de Kamercommissie Sociale Zaken, Werk en Pensioenen. Pensioeninstellingen doen er daarom goed aan om deze ontwikkeling nu al nauwgezet op te volgen.
Zodra de tekst definitief is aangenomen en gepubliceerd, zal een gerichte communicatie naar de betrokken zelfstandigen aangewezen zijn. Daarbij verdient vooral de nieuwe toegang voor zelfstandigen in bijberoep, de verhoging van de bijdragepercentages en de regularisatiemogelijkheid voor 2026 bijzondere aandacht.
Besluit
Dit wetsontwerp vormt een gerichte maar betekenisvolle versterking van de aanvullende pensioenopbouw voor zelfstandigen. Door de toegang tot het VAPZ te verruimen, de maximale bijdragepercentages te verhogen en de minimumbijdrage te verduidelijken, wordt de tweede pensioenpijler voor zelfstandigen flexibeler en toegankelijker gemaakt.
PensioPlus volgt de verdere parlementaire behandeling op en zal haar leden informeren zodra de nieuwe bepalingen definitief zijn aangenomen en gepubliceerd.
Het PensioPlus team

