Infoflash

photo
13/10/2026
Gereserveerd voor leden

VAPZ-hervorming definitief: wet en uitvoeringsbesluit gepubliceerd

In onze infoflash van 8 juli kondigden we reeds de krachtlijnen van het wetsontwerp aan. Intussen zijn de wet1 en het uitvoeringsbesluit2 (eindelijk) gepubliceerd. De definitieve teksten bevestigen de in onze infoflash toegelichte principes: een hogere maximale VAPZ-bijdrage, een ruimere toegang voor zelfstandigen in bijberoep en een verduidelijking van de minimumbijdrage. Het uitvoeringsbesluit vult dit aan met nadere regels voor de bijdrageberekening bij de aanvang of hervatting van de activiteit. De hervorming geeft daarmee uitvoering aan concrete engagementen uit het federaal regeerakkoord 2025-2029.
Wat verandert er?
1. De maximale VAPZ-bijdrage wordt verhoogd
De maximale bijdragevoet voor het klassieke VAPZ stijgt van 8,17% naar 8,50% van de in aanmerking te nemen beroepsinkomsten. Ook voor het sociale VAPZ stijgt de maximale bijdragevoet. Omdat deze wettelijk 15% hoger ligt dan voor het klassieke VAPZ, stijgt zij van 9,40% naar 9,78%. Zelfstandigen die reeds een VAPZ hebben, krijgen daardoor de mogelijkheid om meer bij te dragen en zo een hoger aanvullend pensioen op te bouwen.
2. Ruimere toegang voor zelfstandigen in bijberoep
Tot nu toe konden zelfstandigen in bijberoep slechts een VAPZ opbouwen wanneer zij sociale bijdragen verschuldigd waren die minstens overeenstemden met de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep.
Voortaan volstaat dat de zelfstandige in bijberoep sociale bijdragen verschuldigd is op een jaarlijks beroepsinkomen van minstens 1.922,16 euro voor 2026. Ook zelfstandigen in hoofdberoep die op grond van artikel 37 van het uitvoeringsbesluit bij het sociaal statuut met een zelfstandige in bijberoep worden gelijkgesteld, vallen onder deze verruiming.
Het VAPZ wordt bovendien opengesteld voor zelfstandigen in bijberoep die zich nog in de periode van begin van bezigheid bevinden. Deze categorie was voorheen uitgesloten. Blijft het jaarlijkse beroepsinkomen onder de toepasselijke drempel, dan zijn geen sociale bijdragen verschuldigd en kan ook geen VAPZ worden opgebouwd.
3. Berekening van de bijdrage bij de start van de activiteit
Het koninklijk besluit verduidelijkt de regels voor de berekening van de VAPZ-bijdrage tijdens de periode van aanvang of hervatting van de beroepsactiviteit. Voor zelfstandigen in hoofdberoep wordt voortaan expliciet aangesloten bij het begrip “begin van bezigheid” uit het sociaal statuut der zelfstandigen.
Tijdens deze periode wordt voor een zelfstandige in hoofdberoep de VAPZ-bijdrage in beginsel berekend op basis van het inkomen waarop de minimumbijdrage wordt berekend (17.374,08 euro voor 2026). De zelfstandige kan evenwel kiezen voor een hoger geschat inkomen.
Voor een zelfstandige in bijberoep die zich in de beginperiode bevindt, wordt rekening gehouden met een beroepsinkomen van 1.922,16 euro voor 2026, of met een hoger geschat inkomen.
4. Verduidelijking van de minimumbijdrage
De wet verduidelijkt ook dat, wanneer de VAPZ-bijdrage die uit de procentuele berekening voortvloeit lager zou zijn dan de wettelijk bepaalde minimumbijdrage, deze minimumbijdrage geldt.
Link met het federale regeerakkoord
De hervorming vormt een concrete uitvoering van het federaal regeerakkoord 2025-2029. Daarin werd aangekondigd dat vanaf 2026 de maximale bijdragevoet zou worden verhoogd enerzijds en dat er zou worden voorzien in een ruimere toegang tot het VAPZ voor zelfstandigen in bijberoep anderzijds.
De maatregelen passen in de ruimere ambitie om de verschillende tweede-pijlerstelsels voor zelfstandigen verder te harmoniseren en te vereenvoudigen. Die bredere hervorming gaat evenwel verder dan de twee thans gepubliceerde teksten.
Wat betekent dit voor onze leden?
Pensioeninstellingen die VAPZ-overeenkomsten aanbieden, doen er bijgevolg goed aan hun bijdrageberekeningen, toetredingsvoorwaarden, administratieve processen en communicatie naar zelfstandigen te actualiseren.


Vanaf wanneer?
De eerder aangekondigde regeling inzake de inwerkingtreding is behouden: zowel de wet als het koninklijk besluit treden in werking op de dag van hun publicatie in het Belgisch Staatsblad, met name 12 oktober 2026.
De wijzigingen hebben evenwel ook praktische gevolgen voor de VAPZ-bijdragen van het inkomstenjaar 2026. Na de inwerkingtreding kunnen stortingen voor 2026 nog worden aangepast tot de nieuwe toepasselijke maxima. Het Verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit preciseert in dat verband dat de nieuwe bepalingen betrekking hebben op het volledige inkomstenjaar 2026.
Het PensioPlus team

photo
29/09/2026
Gereserveerd voor leden

AccountState-aangifte – wettelijke deadline van 31 augustus 2026 – verzoek van de FSMA

Beste leden,
Wij wensen u te informeren over een verzoek dat wij van de FSMA hebben ontvangen met betrekking tot de AccountState-aangifte en de naleving van de wettelijke deadline van 31 augustus 2026.
De pensioenfondsen die deze deadline niet hebben nageleefd, worden verzocht contact op te nemen met de FSMA om:
Toe te lichten waarom de deadline niet kon worden nageleefd;Mee te delen welke actieplannen werden opgesteld en uitgevoerd om de situatie te regulariseren.Met vriendelijke groeten,
Het PensioPlus-team

photo
24/09/2026
Vrije toegang

Persbericht : PENSIOENFONDSEN BOEKEN STERK HALFJAARRESULTAAT, MAAR VERDERE UITBOUW TWEEDE PIJLER DULDT GEEN UITSTEL


📈 6,2% rendement in het eerste semester van 2026. 
De Belgische pensioenfondsen realiseerden in de eerste helft van 2026 een gemiddeld rendement van 6,2%, wat opnieuw de waarde van langetermijnbeleggen aantoont.
Maar sterke rendementen alleen volstaan niet om een toereikend pensioeninkomen te garanderen. Bijdragen zijn minstens even belangrijk.
De recente bevindingen van de Studiecommissie voor de Vergrijzing tonen aan dat de zogenaamde benefit ratio (de verhouding tussen het gemiddelde brutopensioen en het gemiddelde brutoloon) tegen 2070 naar verwachting zal dalen.
➡️ Net daarom is een sterkere, toegankelijkere en beter gefinancierde tweede pensioenpijler essentieel om toekomstige gepensioneerden te helpen hun levensstandaard te behouden. Niet als alternatief voor de eerste pijler, maar als een noodzakelijke aanvulling erop. 
🎯 Daarom pleit PensioPlus voor een duidelijke en duurzame roadmap naar een minimale bijdragevoet van 3% tegen 2035.
 " Wie in 2035 resultaat wil zien, moet vandaag beginnen.” (Ann Verlinden, CEO PensioPlus).
 
🔗 Lees hier het volledige persbericht of hieronder.

Deze Website maakt gebruik van cookies om u de best mogelijke ervaring te bieden. Door op « ACCEPTEREN » te klikken of door verder te gaan met het gebruik van de Website, aanvaardt u het gebruik van cookies in uw webbrowser. Voor meer informatie over ons cookiebeleid en de verschillende soorten cookies die worden gebruikt, klikt u op
Meer informatie