Error
xxx
Algemeen kader
NL  |  FR
Algemeen kader
WAAROM ZIJN DE BELGISCHE WETTELIJKE WERKNEMERSPENSIOENEN NIET HOOG?
De verhouding tussen het netto-pensioen en het laatste nettoloon bedraagt in België tussen de 60,9% (mediaan inkomen) en de 49,1% (1,5 maal mediaan inkomen).
De twee belangrijkste factoren hierbij zijn:
Het loon dat maximaal in aanmerking wordt genomen om het pensioen te berekenen.
De herwaardering voor de inflatie en de reële evolutie van de lonen tijdens de carrière.
Het maximum loonplafond evolueert in België trager dan de loonevolutie en er is geen welvaarts-aanpassing t.a.v. de lonen uit het verleden. Gevolg is dat de kloof tussen het laatste loon en het pensioen steeds groter wordt.
WAT IS EEN AANVULLEND PENSIOEN?
De basis is en blijft het wettelijk pensioen (1e pensioenpijler). Het wettelijk pensioen is gebaseerd op repartitie (de werkenden van vandaag betalen onmiddellijk het pensioen van de gepensioneerden).
Het aanvullend pensioen (2e pensioenpijler) is een collectief systeem, opgericht door de werkgever of de sociale partners om een aanvulling te voorzien op het wettelijk pensioen.
Vaak spreekt men ook nog over de “3e pensioenpijler”, dit is het individuele (pensioen)sparen, waarvoor een fiscale incentive bestaat.
Wanneer men over de “4e pensioenpijler” spreekt, verwijst men in België meestal naar het eigen huis dat afbetaald is en waarvoor dus geen huurkosten meer verschuldigd zijn.
Het aanvullend pensioen is een collectief, solidair systeem op basis van kapitalisatie.
WELKE BIJDRAGE KAN HET AANVULLEND PENSIOEN LEVEREN OM DE KLOOF TUSSEN LOON EN PENSIOEN TE DICHTEN?
Het wettelijk pensioen volstaat niet om een inkomensterugval bij pensionering weg te werken.
Voor een werknemer met het mediaaninkomen bedraagt de verhouding netto pensioen / netto loon in België 60,9%.
Aanvullend pensioen kan een belangrijke bijdrage leveren om de vervangingsratio te verbeteren.
IS EEN VERDERE VERALGEMENING EN UITDIEPING VAN DE COLLECTIEVE AANVULLENDE PENSIOENEN NODIG?
Aanzienlijke verbeteringen/verhogingen in en van sommige wettelijke pensioenen lijken onmogelijk.
Al 2,9 miljoen unieke werknemers bouwen vandaag een aanvullend pensioen op. Uitbreiding naar de resterende werknemers is nodig.
De huidige aanvullende pensioenen zijn meestal relatief laag omdat men slechts relatief recent gestart is (minder dan tien jaar voor de meeste werknemers) én hoewel de bijdragen stijgen, zijn ze in absolute cijfers nog redelijk laag voor de meeste werknemers.
HOE HET AANTAL WERKNEMERS MET EEN AANVULLEND PENSIOEN DOEN TOENEMEN?
De voorbije tien jaar is het aantal mensen dat een aanvullend pensioen opbouwt, al exponentieel toegenomen (van 30% van de werknemers in de privé sector naar 75%). Deze veralgemening kwam er voornamelijk onder impuls van de sectoren.
Eind 2015 hadden 1.698.459 werknemers alleen een sectoraal pensioenplan (Sigedis, Globaal rapport DB2P - Deel 1 Business Info - WAP, 26/1/2015). 47 sectoren (paritaire comités) hebben een aanvullend pensioen ingericht (FSMA, Tweejaarlijks verslag betreffende de sectorale pensioenstelsels, April 2015).
In de periode 2010-2011 organiseerde vijftien sectoren voor het eerst een aanvullend pensioen (FSMA, Tweejaarlijks verslag betreffende de sectorale pensioenstelsels, juni 2013).
De sectoren zonder aanvullend pensioen zijn o.a. de publieke sector (“contractuele ambtenaren”).
Ook bij zelfstandigen zonder vennootschap is een inhaaloperatie wenselijk.
Alle initiatieven moeten het collectieve, het not-for-profitkarakter en de solidariteitselementen van de aanvullende pensioenen respecteren.
Om het aanvullend pensioen in de privésector en de publieke sector in belang te doen toenemen, zowel in omvang als in aantal betrokken werknemers, moet worden gezocht naar alternatieve of bijkomende financieringsvormen. Zo kan bv. voor de privésector gedacht worden aan de omzetting van bepaalde verloningscomponenten in aanvullend pensioen. Hiervoor zijn collectieve arbeidsovereenkomsten en een interprofessioneel kader onontbeerlijk.
WAT IS DE ROL VAN DE SOCIALE PARTNERS M.B.T AANVULLENDE PENSIOENEN?
De sociale partners kunnen een rol spelen in het beheer van de pensioen-instelling die juridisch afgescheiden is. Die afscheiding is één van de veiligheidsgaranties van het aanvullend pensioen.
De inhoud van een aanvullend pensioen is een afspraak tussen de sociale partners of de werknemer en zijn werkgever. Een aanvullend pensioen wordt beheerd door een pensioeninstelling die juridisch afgescheiden is van de werkgever. De mate van solidariteit in een aanvullend pensioen is de keuze van de sociale partners.
WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN EEN AANVULLEND PENSIOENFONDS EN EEN PENSIOENSPAARFONDS?
Een aanvullend pensioenfonds is een not-for-profit organisatie die uitsluitend collectieve aanvullende pensioenen beheert.
Een pensioenspaarfonds is een (fiscaal interessant) spaar/beleggingsproduct aangeboden door een financiële instelling aan een individu en behoort tot de 3e pensioenpijler.
Een pensioenfonds is geen pensioenspaarfonds. Pensioenfondsen zijn geen financiële instellingen en bieden dus geen financiële producten aan.
WAAROM ZIJN AANVULLENDE PENSIOENFONDSEN GÉÉN FINANCIËLE INSTELLINGEN?
Het wettelijk kader van de aanvullende pensioenfondsen voorziet dat:
zij géén winst nastreven
zij alleen aanvullende pensioenen mogen beheren in uitvoering van de afspraken tussen sociale partners
zij geen aandeelhouders hebben en ook de bestuurders niet genieten van de “winsten”
bij vereffening de overblijvende activa een bestemming moeten krijgen die overeenkomt met het doel waarvoor het aanvullend pensioenfonds werd opgericht (bv. overdragen aan een ander pensioenfonds)
een aanvullend pensioenfonds geen aanleiding geeft tot een bonuscultuur, maar dat integendeel alle beleggingen een langetermijnkarakter hebben
aanvullende pensioenfondsen geen concurrenten van mekaar zijn, vermits zij onlosmakelijk verbonden zijn met een inrichter (werkgever(s) of sector)
WAAROM VERDIENEN AANVULLENDE PENSIOENFONDSEN EEN EIGEN SPECIFIEK WETTELIJK KADER?
Het Belgische wettelijk kader voor aanvullende pensioenfondsen kan in Europa model staan voor het toezicht én het beheer van aanvullende pensioenfondsen.
Het is fundamenteel dat de centrale rol van de sociale partners en de eigenheid van aanvullende pensioenfondsen erkend en gehandhaafd blijft, in zowel de Belgische als de Europese regelgeving.
Aanvullende pensioenfondsen hebben slechts één doel: aanvullende pensioenen beheren in het belang van de aangeslotenen. Daarom is het belangrijk dat het toezicht op de pensioenfondsen en het toezicht op de aanvullende pensioenen door dezelfde toezichthouder blijven gebeuren. PensioPlus wil dit specifiek kader onveranderd behouden
WELKE SOORTEN AANVULLENDE PENSIOENEN BESTAAN ER?
Binnen de aanvullende pensioenen zijn verschillende types pensioenplannen mogelijk:
vaste prestatie (DB)
mengvorm (Cash Balance)
vaste bijdragen (DC)
We stellen een (internationale) evolutie vast waarbij Vaste Prestatieplannen meer en meer vervangen worden door Vaste Bijdrageplannen.
Volgens de Wet op de Aanvullende Pensioenen draagt de werkgever altijd verantwoordelijkheid voor de goede afloop van de aanvullende-pensioenbelofte.
Elk type van aanvullend pensioenplan kent een eigen vorm van risicodeling tussen werkgever en werknemer. Deze diversiteit is verrijkend en PensioPlus wenst deze te behouden.
WAAROM ZIJN PENSIOENFONDSEN BIJZONDERE INVESTEERDERS?
Pensioenfondsen beheren 23,4 miljard euro aan activa als aanvullend pensioen voor de toekomstig gepensioneerden.
Sociale partners beslissen over het investeringsbeleid van pensioenfondsen.
Men mag pensioenfondsen niet in een (Europees) regelgevend kader dwingen waar investeringen in de reële economie afgestraft worden.
Pensioenfondsen zijn stabiele langetermijninvesteerders. Europese ontwikkelingen (IORP-richtlijn, Solvency-like maatregelen en dergelijke meer) beïnvloeden in sterke mate de specifieke, Belgische context en zijn determinerend voor de kosten en de betaalbaarheid van een aanvullend pensioen.
WAAROM IS BELGIË EEN AANTREKKELIJK LAND VOOR PAN-EUROPESE PENSIOENFONDSEN?
Tussen 2009 en 2012 werd 2/3 van de nieuwe pan-Europese pensioenfondsen in België gevestigd.
PensioPlus ondersteunt het initiatief van Beci/VBO/Voka/UWE in hun plan “Business route 2018 for metropolitan Brussels” om Brussel te positioneren als metropool voor de pan-Europese pensioenfondsen.
PensioPlus ondersteunt ook de initiatieven van de verschillende regeringen en de administratie om België actief te promoten als vestigingsplaats voor pan-Europese pensioenfondsen. Het wegwerken van reële obstakels moet een prioriteit zijn en bepaalt de geloofwaardigheid van België als vestigingsplaats voor pan-Europese pensioenfondsen.